Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1] ,wonend [adres] ,[postcode] [plaats] ,
[gedaagde sub 2],
wonend [adres] ,
[postcode] [plaats] ,
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
In deze zaak huurde de gedaagde partij een woning van de eiser, de coöperatie ERES NL VI Coöperatief U.A. De huurder hield de huur van maart en april 2021 in vanwege gebreken en het niet nakomen van afspraken. De verhuurder gaf de achterstand ter incasso uit handen en stuurde een 14-dagenbrief. Na herstel van de gebreken verstrekte de verhuurder een compensatie van € 1.000,00 die werd verrekend met de achterstallige huur. De resterende huurachterstand werd in augustus 2021 door de huurder voldaan.
De verhuurder vorderde betaling van € 208,16 vermeerderd met rente en incassokosten. De huurder stelde dat de achtergehouden huur direct was betaald nadat partijen overeenstemming bereikten over de compensatie. De kantonrechter oordeelde dat de verhuurder geen recht had op rente en kosten omdat de huurder terecht de huur had opgeschort om herstelwerkzaamheden af te dwingen en dat de verhuurder voortijdig tot incasso was overgegaan zonder eerst het resultaat van de onderhandelingen af te wachten.
De betaling strekte in mindering op de hoofdsom en was daarmee volledig voldaan. De vordering van de verhuurder werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De huurder had slechts schriftelijk verweer gevoerd en was niet op de zitting verschenen.
Uitkomst: De vordering van de verhuurder tot betaling van rente en incassokosten wordt afgewezen; de achterstallige huur is volledig betaald.