Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
§ 12.
(…)
Geacht heer [naam CEO] ,
(…)
(…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 747,00
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De werknemer trad op 16 december 2020 in dienst bij Lian Chinaherb B.V. en werd op 22 december 2021 op staande voet ontslagen vanwege een vermeend handgemeen met een collega. De werknemer ontkende mishandeling en stelde dat de ontslagreden niet onverwijld en duidelijk was medegedeeld.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever onvoldoende bewijs leverde voor de dringende reden en dat de mededeling van het ontslag niet onverwijld was, mede door vertraging in de postbezorging en onduidelijkheden over de brief. Hierdoor was het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig.
De werknemer had het primaire verzoek tot vernietiging van het ontslag ingetrokken en vorderde een billijke vergoeding en correcte eindafrekening. Gezien het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever kende de rechter een billijke vergoeding toe van € 13.594,00 bruto, vermeerderd met vakantietoeslag en nog uit te betalen vakantiedagen, en veroordeelde de werkgever tot proceskostenbetaling.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is onrechtmatig verklaard en de werknemer krijgt een billijke vergoeding van € 13.594,00 bruto plus vakantietoeslag en vakantiedagen toegewezen.