Uitspraak
[naam 13], allen uit [naam 13] , eisers
verweerders.
[naam derde-partij], te [plaats 2]
Het besluit van de minister (..) van Infrastructuur en Waterstaat en de bekendmaking daarvan vermelden niets omtrent de toepasselijkheid van de (..) Chw en de gevolgen daarvan. In het besluit van het college (..) is wel vermeld dat de Chw van toepassing is, maar niet wat exact de gevolgen daarvan zijn. De bestreden besluiten en bekendmakingen voldoen daardoor niet aan de eisen die het Besluit uitvoering Chw in artikel 11 stelt Pro.
de Chw niet van toepassing is aangezien dat in de bekendmaking niet is vermeld” afgeleid zou moeten worden dat de gemachtigde van eisers wel op de hoogte was van de toepasselijkheid van de Chw, volgt hieruit naar het oordeel van de rechtbank niet tevens bekendheid met het feit dat beroepsgronden binnen de beroepstermijn moeten worden ingesteld. [7] Bovendien heeft de gemachtigde gesteld dat hij deze zinssnede slechts algemeen heeft bedoeld zonder op de hoogte te zijn van de daadwerkelijke toepasselijkheid van de Chw. De rechtbank acht die stelling niet onaannemelijk.
14.De rechtbank overweegt als volgt.
- Er mag geen visueel waarneembaar stof zijn ter plaatse van de bron. Natte reiniging is verplicht;
- Alle aanvoer, afvoer en processen moeten inpandig geschieden. Alle ruimtes moeten op onderdruk worden gehouden;
- Alle werkruimtes moeten op onderdruk worden gehouden en de afgezogen lucht moet worden behandeld;
- De stofnorm voor alle bronnen mag maximaal 1 mg/Nm3 bedragen.
in de vorm vaneen korrelfabriek. Voor deze lezing vindt de rechtbank, in navolging van de Afdelingsuitspraak van 29 november 2017 [16] steun in de omstandigheid dat elders in de bedrijvenlijst andere vormen van mestverwerking, namelijk covergisting, verbranding en vergassing van mest, staan omschreven. Deze vormen van mestverwerking zijn in de bedrijvenlijst opgenomen onder milieucategorie 3.2. Dit betekent dat de MVI van vergunninghouder niet onder de omschrijving "mestverwerking/korrelfabriek" kan worden begrepen en derhalve niet om die reden onder categorie 5.1 valt. Verder acht de rechtbank de benadering van het college aan de hand van de milieueffecten een juiste benadering voor de bepaling van de categorie. Binnen de inrichting vindt mestbewerking plaats en is geen sprake van een potentieel gevaarlijkere mestvergisting. Het aspect gevaar heeft het college, anders dan eisers stellen, wel beoordeeld (onder de noemer ‘externe veiligheid’). De gevolgen van de inrichting op de geurbelasting, stofverspreiding en luchtkwaliteit zijn, gelet op hetgeen onder 17.4, 17.5, 17.7 en 17.8 is overwogen beperkt.
percelen.Naar het oordeel van de rechtbank is op zichzelf echter niet uitgesloten dat ook de belangen van natuurlijke personen of rechtspersonen zodanig met dit natuur- en milieubelang verweven kunnen zijn dat zij hier in rechte een beroep op kunnen doen.
erdergaande technieken als BBT