Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
3 [eiser sub 3] ,
4 [eiser sub 4] ,
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 9;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van De Zorggroep.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.016,00;
Rechtbank Limburg
De Zorggroep heeft conservatoire beslagen gelegd op onroerende zaken en banktegoeden van eisers wegens een geschil over onverschuldigde betalingen aan een vennootschap onder firma (vof) die de administratie voerde voor auteursrechtelijke vergoedingen. Eisers betwisten de beschuldigingen van verduistering en onrechtmatigheid en vorderen opheffing van de beslagen.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat De Zorggroep voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij meer heeft betaald dan de auteursrechtenorganisaties daadwerkelijk hebben gedeclareerd en dat eisers onvoldoende hebben onderbouwd dat de hogere facturering gerechtvaardigd is. De aansprakelijkheid van de vennoten van de vof, waaronder eisers, wordt erkend op grond van artikel 18 WvK Pro.
De vrees voor onttrekking aan verhaal wordt als gegrond en actueel beoordeeld, mede vanwege de verkoop van een van de panden. Het belang van De Zorggroep om haar vordering veilig te stellen weegt zwaarder dan het belang van eisers bij opheffing van de beslagen. De vordering tot opheffing wordt daarom afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van conservatoire beslagen wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.