Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juni 2022 in de zaak tussen
[eiser sub 1] , te [woonplaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- eiser in de periode van 27 juni 2008 tot en met 1 januari 2019 ingeschreven stond in het register bij de Kamer van Koophandel (KvK) met als economische activiteit “Groothandel in ijzer- en staalschroot en oude non-ferrometalen”. Verweerder heeft eiser in 2014 toestemming gegeven om 50% van de arbeidstijd te besteden aan activiteiten als zelfstandige. Eiser is gestopt met oud ijzer ophalen wegens gezondheidsklachten. Zijn zoon zou deze activiteiten hebben overgenomen. Verweerder heeft daarop in 2019 aan eiser gevraagd om zich uit te laten schrijven bij de KvK, wat eiser vervolgens ook heeft gedaan. Op naam van eisers zoon is geen registratie in de KvK gevonden;
- de sociale recherche in de periode van 29 januari 2020 tot en met 18 september 2020 10 waarnemingen heeft verricht. Daarbij is eenmaal, op 29 januari 2020, waargenomen dat, naar later blijkt, eiser oud ijzer op een aanhangwagen aan het laden was. Desgevraagd heeft eiser verklaard dat hij wel eens meegaat oud ijzer ophalen;
- op Markplaats onder de naam [naam 1] en [naam 2] spullen zijn aangeboden, waaronder tweemaal een partij fietsen van 25 respectievelijk 60 stuks, waarvan eiser heeft verklaard dat zijn zoon deze accounts gebruikt heeft;
- op de bankafschriften van eiser over de periode van 1 oktober 2019 tot en met
- eiser over de wijze waarop hij in zijn levensonderhoud voorziet heeft verklaard dat zijn zoon [naam zoon] zijn mobiel heeft overgenomen. Omdat het abonnement nog niet is afgelopen kan het nummer nog niet op diens naam worden gezet. Daarom betaalt de zoon van eiser aan hem iedere maand € 100,- in contanten, waar eiser zijn boodschappen van doet. Tevens heeft eiser verklaard dat zijn zoon [naam zoon] af en toe de rekening van CZ voldoet door eiser dit bedrag in contanten te geven en hem vier keer in de maand helpt met boodschappen en eten;
- eiser bankafschriften zonder zichtbare NAW-gegevens heeft overgelegd waaruit blijkt dat in de maand maart 2018 € 6.000,- in contanten was opgenomen. De rechtbank heeft bij brief van 26 april 2022 een nader bankafschrift dienaangaande opgevraagd en eiser heeft dit op 2 mei 2022 ingebracht. Daaruit blijkt dat deze bankafschriften op naam staan van [naam schoondochter] , de schoondochter van eiser.
Tevens hebben eisers niet inzichtelijk gemaakt of, en zo ja, in welke mate, zij ondersteund zijn door derden. Eiser heeft daarover weliswaar verklaringen afgelegd en ook verklaringen van derden ingebracht, maar die zijn volgens verweerder niet met objectieve en verifieerbare stukken onderbouwd. Daarom is er volgens verweerder sprake van een schending van de inlichtingenplicht en valt het recht op bijstand niet meer vast te stellen, wat heeft geleid tot de intrekking en terugvordering van eisers bijstandsuitkering en de oplegging van een bestuurlijke boete.
€ 6.000,- die in maart 2018 door hun schoondochter in contanten is opgenomen. Eisers stellen dat dit geld onder andere gebruikt is om maandelijks € 100,- voor de telefoon te betalen en zo nu en dan boodschappen voor hen te doen. Een verklaring van hun zoon en schoondochter van die strekking hebben zij overgelegd in beroep. Eisers hebben aangegeven dat de besluitvorming in geding belastend van aard is, waardoor het op de weg van verweerder ligt om bewijs te leveren dat er sprake is van schending van de inlichtingenplicht Volgens eisers draait verweerder die bewijslast hier ten onrechte om en hebben zij de inlichtingenplicht niet geschonden.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2022 .