Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord,
- de conclusie van repliek met producties 1 t/m 12,
2.De feiten
3.Het geschil
5.De beslissing
3 augustus 2022,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert ING Bank betaling van een restantbedrag van een financiële vordering waarop reeds een verstekvonnis is gewezen. ING beroept zich op de bindende kracht van dit verstekvonnis, terwijl de gedaagde stelt dat reeds betalingen zijn gedaan en dat de schuld niet correct is weergegeven.
De kantonrechter stelt vast dat het verstekvonnis van 21 november 2018 is gewezen zonder de vereiste ambtshalve toetsing van het consumentenrecht, zoals vereist voor natuurlijke personen. Hierdoor wordt het gezag van gewijsde doorbroken en kan de zaak inhoudelijk opnieuw worden beoordeeld.
ING wordt opgedragen de vordering nader te onderbouwen en de precontractuele informatieverplichtingen toe te lichten met behulp van een standaard informatieformulier. De zaak wordt aangehouden totdat deze aanvullende informatie is verstrekt.
De uitspraak benadrukt het belang van ambtshalve toepassing van het Europees consumentenrecht en de verplichting van partijen om feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. De procedure wordt hiermee geopend voor een volledige inhoudelijke beoordeling, ondanks het eerdere verstekvonnis.
Uitkomst: De kantonrechter doorbreekt het gezag van gewijsde van het verstekvonnis en houdt de zaak aan voor nadere onderbouwing van de vordering door ING.