Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
gedurende de proeftijdtoestaan dat de politie de bij hem in gebruik zijnde computer en andere gegevensdragers mocht controleren op de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal. Begin 2019 heeft de verdachte zelf bij de reclassering verzocht om een verlenging van zijn toezicht. De reclassering stelt in haar rapport van 7 mei 2020 dan ook dat de proeftijd was verlengd tot 13 mei 2020. Ex artikel 15c lid 3 van het Wetboek van Strafrecht geldt echter dat de rechter op vordering van het openbaar ministerie de proeftijd kan verlengen. Er is derhalve een vordering van het openbaar ministerie en een uitspraak van de rechter nodig om de proeftijd formeel te verlengen. Deze procedure heeft niet plaatsgevonden, met als gevolg dat de proeftijd formeel is geëindigd op 13 mei 2019, iets wat door het gerechtshof Amsterdam in haar uitspraak in januari 2020 in het kader van een vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf is bevestigd. Dit maakt dat op 13 juni 2019 onrechtmatig in de woning van de verdachte is binnengetreden en hetgeen daaruit is voortgekomen eveneens als onrechtmatig moet worden aangemerkt. Er is sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.
Salduz-jurisprudentie), omdat door de politie de inbeslagnamebevoegdheid van artikel 551 van Pro het Wetboek van Strafvordering op onrechtmatige wijze is gebruikt en er bovendien geen sprake is geweest van een vrijwillige en ondubbelzinnige toestemming van de verdachte voor de inbeslagname van de gegevensdragers.
Salduz-jurisprudentie strekt ertoe dat de verdachte gewezen had moeten worden op zijn recht op bijstand. Hoewel de
Salduz-jurisprudentie ziet op de situatie waarin een verdachte bij de politie een verklaring aflegt nadat hij is aangehouden, waarvan in deze zaak geen sprake was, is dit op grond van artikel 27c van het Wetboek van Strafvordering ook een verplichting bij de niet aangehouden verdachte. Nu uit het dossier niet blijkt dat de verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor in de woning op dit recht is gewezen, stelt de rechtbank vast dat sprake is van een vormverzuim. Nu deze verklaring niet wordt gebezigd tot het bewijs volstaat de rechtbank met de constatering van dit vormverzuim.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
Gezien de twijfelachtige doorwerking adviseren onderzoekers het ten laste gelegde toe te rekenen dan wel licht verminderd aan de verdachte toe te rekenen.
Geadviseerd wordt om het tenlastegelegde de verdachte in verminderde mate toe te rekenen.
6.De straf
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Het toezicht op de onder d vermelde voorwaarde vindt plaats door de reclassering en/of de betrokken zorgverlener en kan onder andere bestaan uit controles van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers. De veroordeelde werkt daaraan mee tijdens een huisbezoek. Deze controles mogen gedurende de proeftijd van 3 jaren maximaal 6 keer worden uitgevoerd. Ten behoeve van deze controle mag een deskundige (niet zijnde een opsporingsambtenaar) de reclassering en/of een betrokken zorgverlener (technische) ondersteuning bieden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd: