Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
De raadsman heeft partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van de ten laste gelegde roekeloosheid onder feit 1 meest subsidiair. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte de maximumsnelheid ‘licht’ heeft overschreden. Indien wordt uitgegaan van de gegevens uit het voertuigonderzoek van de auto van de verdachte, is geen sprake van een overschrijding van de maximumsnelheid en heeft de verdachte slechts 48,6 kilometer per uur gereden. Het enige dat de verdachte kan worden verweten is dat hij op de verkeerde weghelft heeft gereden. In dat geval is geen sprake van opzet op het in ernstige mate schenden van verkeersregels.
Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit. De verdachte heeft bij de politie direct aangegeven dat hij een ongeluk heeft veroorzaakt. Bovendien heeft een aantal mensen gelijk hulp geboden aan het slachtoffer. Dat maakt dat de verdachte het slachtoffer niet in hulpeloze toestand heeft achtergelaten.
In zijn algemeenheid acht de rechtbank het voorzienbaar dat er een zeer gevaarlijke situatie ontstaat door het vertonen van het hiervoor beschreven verkeersgedrag. Dat die situatie zich in dit geval ook daadwerkelijk heeft voorgedaan, blijkt wel uit het feit dat de verdachte een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Dat betekent dat het verkeersgedrag van de verdachte dat tot het ongeval heeft geleid, tevens kan worden aangemerkt als een overtreding van artikel 5a WVW. Daarmee heeft de verdachte de zwaarste vorm van schuld aan dat ongeval, namelijk roekeloosheid.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen feit 1 meest subsidiair en feit 3 zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- 1 stk zak;
- 1 stk verdovende middelen;
mr. A.M. Schutte, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 oktober 2022.