Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Wat er aan deze procedure voorafging
Wat eiseres vindt
Waarover het gaat in deze zaak
Wat de rechtbank vindt
.De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft alle klachten van eiseres en de informatie van de behandelaars betrokken in zijn beoordeling. Gelet op deze onderzoeksactiviteiten is de rechtbank van oordeel dat het medische rapport zorgvuldig tot stand is gekomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft bovendien eenduidig, inzichtelijk en zonder tegenstrijdigheden uitgelegd hoe zijn beoordeling tot stand is gekomen. Dat betekent dat het rapport aan de drie voorwaarden voldoet.
.De rechtbank vindt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende heeft uitgelegd waarom de in beroep overgelegde stukken geen reden vormen om meer beperkingen aan te nemen. Hij heeft in het rapport van 18 augustus 2021 toegelicht dat de informatie van de psycholoog en de reumatoloog al reeds bekend was tijdens de bezwaarprocedure. Voor het hand- en vingergebruik wijst de verzekeringsarts bezwaar en beroep op de brief van de reumatoloog van 12 april 2021. Hierin wordt melding gemaakt van beginnende CMC-artrose beiderzijds en beginnende artrose van de DIP-gewrichten links. Deze bevindingen wettigen beperkingen voor uitoefening van zwaardere handkracht, zoals voorkomend (en aangenomen) bij onder andere krachtige schroefbewegingen maken. Deze conclusie komt overeen met de anamnese van de arts. Een normaal hand- en vingergebruik moet wel mogelijk zijn. Dit blijkt ook uit het dagverhaal waaruit vele grof- en fijn motorische activiteiten volgen. De beperkingen die eiseres ervaart door de röntgenologisch beginnende artrose in de MTP-I gewrichten en de röntgenologisch beginnende knieartrose zijn voldoende opgenomen in de FML, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De matig-ernstige depressie, zoals beschreven in de brief van de psycholoog van 26 februari 2021, is voldoende verdisconteerd in de diverse beperkingen en specifieke voorwaarden voor het persoonlijk en sociaal functioneren in arbeid. In het rapport van 4 juli 2022 reageert de verzekeringsarts bezwaar en beroep op de bevindingen van de verzekeringsarts van Triage de heer [naam verzekeringsarts] . De verzekeringsarts bezwaar en beroep geeft aan dat de heer [naam verzekeringsarts] eiseres niet gezien, gesproken of onderzocht heeft en zich baseert op algemeenheden (een voormalig richtlijn) om beperkingen aan te nemen op langdurig repetitieve hand/vinger-bewegingen en langdurig frequent reiken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep vindt dit onvoldoende basis om beperkingen op te gronden, want het gaat in een verzekeringsgeneeskundige beoordeling niet om algemeenheden, maar bij het individu bestaande en geobjectiveerde afwijkingen. In het specifieke geval van eiseres zijn door de reumatoloog bij inspectie en lichamelijk onderzoek geen gewrichtsafwijkingen gevonden. Wel beginnende duimbasisartrose (CMC I) en beginnende artrose in de distale vingergewrichtjes die de verzekeringsarts bezwaar en beroep gelet op de gevorderde leeftijd van eiseres als ‘leeftijdsconforme’ bevindingen en niet als klinisch relevant beschouwt. Deze degeneratieve kenmerken kunnen wel aanleiding geven tot beperkingen in de handkracht, waarmee volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML met voldoende mate rekening is gehouden. Beperkingen voor verhoogd persoonlijk risico en beroepsmatig chauffeuren zijn niet aan te nemen volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep, omdat er geen aanwijzingen zijn dat eiseres al op de datum in geding venlafaxine en oxazepam gebruikte. Eiseres brengt dit medicijngebruik pas op 7 juni 2021 in en uit het stuk dat eiseres zelf heeft opgesteld blijkt dat de huisarts deze medicijnen na het voorgenomen besluit en dus na de datum in geding heeft voorgeschreven.
.De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft voldoende onderbouwd waarom de medische stukken die eiseres heeft toegestuurd niet tot meer of andere beperkingen zouden moeten leiden. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank wijst het verzoek om een deskundige te benoemen dan ook af.
De conclusie van de rechtbank
Beslissing
.