ECLI:NL:RBLIM:2022:9107
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering wegens ontbreken migrerend werknemerschap tijdens stage
Eiser, een student met de Portugese nationaliteit, vroeg studiefinanciering aan op basis van zijn stage bij Maastro. De minister wees dit af omdat de stageactiviteiten niet als reële en daadwerkelijke arbeid konden worden beschouwd, waardoor eiser niet als migrerend werknemer kwalificeerde.
De rechtbank bevestigt dat het stagecontract primair gericht is op leren en ontwikkelen, met een gezagsverhouding die betrekking heeft op begeleiding en niet op een arbeidsrelatie. De vergoeding is laag en niet vergelijkbaar met een loon. Bovendien ontbreken secundaire arbeidsvoorwaarden zoals ziekte- en vakantiegeld.
Hoewel eiser voldoet aan de urennorm van 56 uur per maand, is dit niet doorslaggevend; het gaat erom of daadwerkelijk productieve arbeid is verricht. De rechtbank concludeert dat dit niet het geval is en dat de minister de afwijzing terecht handhaafde.
Eisers beroep op jurisprudentie van het Hof van Justitie en andere rechtbanken wordt niet gevolgd omdat de feiten en omstandigheden verschillen. Ook het subsidiaire beroep op rechten als economisch niet-actieve EU-student faalt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de afwijzing van de aanvullende beurs en wijst het verzoek om griffierecht- en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de studiefinanciering wegens het ontbreken van migrerend werknemerschap.