ECLI:NL:RBLIM:2022:9929
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor stalling caravan en oplegger
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen opgelegde last onder dwangsom wegens het stallen van een caravan en een oplegger op de openbare weg en berm, in strijd met de gemeentelijke Verordening fysieke leefomgeving en het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018’. De toezichthouders constateerden dat de voertuigen langer dan drie dagen op de openbare weg stonden, wat niet is toegestaan.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker in meerdere eerdere procedures soortgelijke overtredingen heeft begaan en verzoeken om voorlopige voorzieningen zijn afgewezen. De argumenten van verzoeker, waaronder een beroep op Europese regelgeving en het EVRM, en verzoeken tot het opleggen van een beroepsverbod aan ambtenaren, worden niet inhoudelijk behandeld omdat zij buiten de reikwijdte van het geding vallen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is en dat het bestuursorgaan bevoegd is tot handhaving door middel van een last onder dwangsom. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die handhaving onredelijk maken. Verzoeker heeft geen gronden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden.
Daarnaast is er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar. Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig overheidshandelen en overschrijding van de redelijke termijn wordt daarom afgewezen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt als kennelijk ongegrond verworpen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.