Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, verweerder
Procesverloop
,arts bij [naam deskundig bureau] (hierna: de deskundige) eiseres gezien in het kader van een fysiek onderzoek. Aanvullend is het dossier bestudeerd. De deskundige heeft 31 mei 2022 zijn rapportage uitgebracht. De rechtbank heeft eiseres een afschrift van de rapportage doorgezonden en zij is in de gelegenheid gesteld om op de rapportage te reageren. Bij brief van 21 juli 2022 heeft eiseres haar reactie ingezonden.
Overwegingen
.Tot slot heeft eiseres een Wet langdurige zorg (Wlz) rapport overgelegd waaruit volgt dat ze niet in aanmerking komt voor een Wlz-indicatie, maar waarin door het CIZ wordt aangegeven dat meer ondersteuning wenselijk is voor eiseres. Het CIZ biedt in het rapport aan om in gesprek te gaan met andere domeinen.
.De GGD-arts stelt zich in haar reactie op het standpunt dat de aangeleverde informatie geen reden geeft om het oorspronkelijke advies te wijzigen. Daarnaast stelt de GGD-arts dat eiseres in staat is de lichte huishoudelijk taken op werkhoogte te verrichten, omdat ze ook haar hond kan verzorgen en auto kan rijden en dit qua zwaarte vergelijkbare taken zijn. Het bereiden van maaltijden is qua zwaarte eveneens te vergelijken met het doen van lichte huishoudelijke taken op werkhoogte. Tot slot stelt de GGD-arts dat eiseres in staat wordt geacht zelf kleine boodschappen te halen en voor de grote boodschappen gebruik te maken van een boodschappendienst. De boodschappen kunnen tot in de keuken worden bezorgd en op werkhoogte worden gezet. Vervolgens kan eiseres deze beetje bij beetje verplaatsen en opruimen. Wanneer de boodschappen niet tot in de keuken kunnen worden bezorgd kan eiseres deze op een tafeltje bij de deur in de hal/gang laten zetten waardoor zij minder hoeft te bukken. Inruimen van boodschappen valt onder de lichte huishoudelijke taken.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2023.