ECLI:NL:CRVB:2018:3093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning en omvang huishoudelijke hulp en uurtarief onder Wmo 2015
Appellante met lichamelijke beperkingen en pijncollapsen kreeg van het college van B&W een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor hulp bij het huishouden, inclusief maaltijdvoorbereiding en wasverzorging, voor circa 12 uur per week tegen het basistarief. Zij maakte bezwaar tegen de omvang en het uurtarief van de hulp, en stelde dat ook een uur per week boodschappendienst moest worden toegekend.
De rechtbank verklaarde haar beroepen ongegrond, stellende dat er geen medische noodzaak was voor extra uren of het hogere tarief, en dat boodschappendienst als algemeen gebruikelijke voorziening niet tot een maatwerkvoorziening leidt. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de hulp onvoldoende was, met name voor extra bewassing, maaltijdverzorging en boodschappen, en dat het tarief te laag was gezien haar gezondheidssituatie.
De Raad onderschrijft de eerdere overwegingen van de rechtbank en oordeelt dat appellante onvoldoende concreet heeft onderbouwd waarom de toegekende hulp ontoereikend is. De boodschappendienst is een algemeen gebruikelijke dienst die aan het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de weg staat, mits beschikbaar, passend en betaalbaar, wat hier het geval is. Het hogere uurtarief is alleen bedoeld voor cliënten met regieproblemen, wat niet op appellante van toepassing is.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraken en wijst de hoger beroepen af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de toegekende omvang van huishoudelijke hulp en het gehanteerde uurtarief passend zijn en wijst het hoger beroep af.