Uitspraak
1.De procedure
- de productie van [gedaagde]
- de mondelinge behandeling op 28 februari 2023.
Rechtbank Limburg
Wonen Zuid verhuurde een sociale huurwoning aan [gedaagde] vanaf november 2021. Na een huurachterstand bracht Wonen Zuid een huisbezoek en trof de woning volledig ingericht aan voor [naam] en zijn gezin, die verklaarden de woning van [gedaagde] te huren. [gedaagde] ontkende onderhuur en stelde zelf nog in de woning te verblijven, maar kon dit niet plausibel maken.
Wonen Zuid stelde dat [gedaagde] niet zijn hoofdverblijf in de woning had en dat hij de woning onderverhuurde, wat in strijd is met de huurovereenkomst. Tevens was sprake van een achterstallige huur van twee maanden. De kantonrechter achtte het aannemelijk dat [gedaagde] de woning niet zelf bewoont en deze aan derden onderverhuurt, en dat de huurschuld niet wordt ingelopen.
De rechtbank oordeelde dat deze tekortkomingen de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen en wees de vordering van Wonen Zuid tot ontruiming binnen drie dagen toe. Tevens werd [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, de doorbetaling van de maandelijkse huur tot ontruiming, en de proceskosten. De ontruiming is gericht tegen [gedaagde] alleen; de onderhuurder behoudt zijn rechten.
Uitkomst: De kantonrechter beveelt ontruiming binnen drie dagen en veroordeelt de huurder tot betaling van huurachterstand en huur tot ontruiming.