Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2] ,
- [eiser] met de gemachtigde;
- [gedaagde 1] met de gemachtigde.
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiser betaling van een huurachterstand van ruim €22.000,- en ontruiming van drie woningen die door gedaagde 1 en gedaagde 2 worden gehuurd. De woningen worden feitelijk bewoond door onderhuurders. Eiser verlangt tevens inzage in de contactgegevens en huurovereenkomsten van deze onderhuurders.
De kantonrechter overweegt dat de vordering tot ontruiming en betaling van de huurachterstand onvoldoende aannemelijk is voor toewijzing in kort geding. Er bestaat onduidelijkheid over de hoogte van de achterstanden, de betalingen en de verdeling tussen gedaagde 1 en 2. Daarnaast is nader feitenonderzoek nodig, wat niet in kort geding kan plaatsvinden.
De eis tot verstrekking van de gegevens van de onderhuurders wordt wel toegewezen, omdat eiser daarvoor een voldoende belang heeft en gedaagde 1 dit niet betwist. De daaraan gekoppelde dwangsom wordt afgewezen omdat gedaagde 1 toezegt de gegevens te zullen verstrekken.
De proceskosten worden aan eiser opgelegd omdat hij grotendeels in het ongelijk wordt gesteld. De uitspraak wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vorderingen tot betaling van huurachterstand en ontruiming worden afgewezen, maar gedaagden worden veroordeeld tot verstrekking van gegevens van onderhuurders.