ECLI:NL:RBLIM:2023:2257

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
30 maart 2023
Publicatiedatum
30 maart 2023
Zaaknummer
C/03/315401 HA RK 23-47
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArtikel 4 tweede lid Wrakingsprotocol rechtbank Limburg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na beëindiging zaak bewindvoering en mentorschap

De wrakingskamer van de Rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot wraking van een rechter door een partij in civiele zaken betreffende bewindvoering en mentorschap. Het verzoek werd ingediend nadat de onderliggende zaak was beëindigd doordat de verzoeker zijn vorderingen had ingetrokken.

Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter worden gewraakt wegens feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid kunnen schaden, maar niet nadat de zaak is afgesloten. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk was omdat de zaak feitelijk was beëindigd.

De wrakingskamer baseerde zich ook op het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg, waarin staat dat een wrakingsverzoek zonder inhoudelijke behandeling kan worden afgewezen als de zaak is beëindigd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2023.

Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen als niet-ontvankelijk wegens beëindiging van de onderliggende zaak.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Wrakingskamer
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/315401/ HA RK 23-47
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker], (hierna te noemen [verzoeker] ),
wonende te [woonplaats] ,
dat strekt tot wraking van mr. W.F.J. Aalderink, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.

1.De procedure

Op 13 maart 2023 is ter griffie per e-mail een bericht ontvangen van [verzoeker] , inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaken met nummer 10337674 BM VERZ 23-683 en 10337752 MS VERZ 23-207. [verzoeker] was verzoeker in die zaken.
De rechter heeft op 14 maart 2023 de wrakingskamer bericht niet in het verzoek tot wraking te berusten en zij heeft de wrakingskamer op 29 maart 2023 een schriftelijke reactie doen toekomen.

2.De beoordeling

Ingevolge artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Wraking is echter niet mogelijk nadat een zaak is beëindigd (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998, NJ 1999, 271). Blijkens het proces-verbaal van de zitting van 8 maart 2023 heeft [verzoeker] zijn verzoeken met betrekking tot de bewindvoering en het mentorschap van zijn moeder ingetrokken. Dit betekent dat de zaak is beëindigd. Het middel van wraking staat [verzoeker] dus niet meer ter beschikking.
Om die reden kan hij niet in zijn verzoek tot wraking worden ontvangen.
Artikel 4, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg bepaalt dat de wrakingskamer in dat geval het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk kan verklaren.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. H.E.G. Peters, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2023.