Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 april 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [vestigingsplaats] , eiser
Procesverloop
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
mogende woningen immers
enkelin gebruik worden genomen als ‘woonhuis’. Verder volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het voorschrift eenduidig dat verweerder het toegestane toekomstige gebruik heeft gekoppeld aan de (feitelijke) beëindiging van het vergunde gebruik, uiterlijk 22 augustus 2028. De rechtbank is aldus van oordeel dat verweerder met het voorschrift de toezegging heeft gedaan dat er na afloop van het strijdig gebruik ten behoeve van de opvang van asielzoekers, ook wanneer dit gebruik eerder dan 22 augustus 2028 zou eindigen, niet opnieuw een omgevingsvergunning zou worden verleend voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank weegt daarbij mee dat verweerder ter zitting ook heeft erkend dat het voorschrift expliciet ziet op het toekomstige gebruik van de panden nadat de opvang van asielzoekers is geëindigd en dat het voorschrift kan worden gelezen op de wijze die eiser voorstaat. Verder heeft verweerder ter zitting aangegeven dat het voorschrift waarschijnlijk in samenspraak met ‘de buurt’ is vormgegeven.