2.19.Bij brief van 16 oktober 2020, gericht aan [naam 3] , heeft [naam 4] hoofd a.i. Neonatologie aan [naam 3] (onder meer) het volgende bericht over de samenwerking tussen de afdeling neonatologie en [verzoeker] :
“ 1. Gebrek aan discipline en niet nakomen van afspraken
-Tijdens afdeling meerdere overdrachten waarbij [verzoeker] 1e of 2e supervisor is, is hij afwezig of komt hij te laat.
-In de periode dat [verzoeker] 1e supervisor is, is hij dagen fysiek niet aanwezig of niet gefocust bij de visite.
- [verzoeker] was 3e supervisor en bij het zoeken van contact met hem bleek hij in Bern te zijn.
2. Slechte begeleiding van AIOS en PA’s.
-Tijdens de dienst vraagt de AIOS aan [verzoeker] om naar de zaal te komen in verband met het opstarten van medicatie waar de AIOS geen ervaring mee heeft. Hierbij geeft [verzoeker] aan dat de AIOS dit zelf mag doen. De AIOS voelt zich hierbij niet gehoord en voelt zich ook niet prettig bij de situatie en met het feit dat ze er alleen voor staat.
-Tijdens een dienst van [verzoeker] is er een reanimatie op zaal. De AIOS probeert [verzoeker] te bellen en krijgt hem meerdere malen niet te pakken.
-“Naar aanleiding van en Tripod casus en vele andere (niet gedocumenteerd) heb ik mij niet gesteund gevoeld door de neonatoloog van dienst. Na een moeizame reanimatie die hij in een later stadion overnam, is dit nooit nabesproken. Ook niet na verzoek hiertoe. Na de reanimatie ben ik uitgescholden in het trappenhuis zonder dat betrokken arts ooit gevraagd heeft naar het verloop van de gebeurtenissen” (dixit PA)
3. Ongepast gedrag tegenover collega’s
- Schreeuwt en zwaait met armen over de gang voor de verloskamers tegen collega. Hij wil dat collega heisa maakt bij time out voor spoed bloedproducten. Collega geeft aan dit niet op deze manier te willen doen, omdat hier al mensen mee bezig zijn via de reguliere route. Hierop wordt door [verzoeker] scheldend en met veel handgebaren op de gang duidelijk gemaakt dat die collega dan ook verantwoordelijk is voor toekomstige problemen.
- [verzoeker] geeft tegen collega 1 aan dat onderwijstaken van collega 2 overgenomen moeten worden. Collega 2 geeft aan dit zelf te willen doen en hier geen hulp bij nodig te hebben. Hierop geeft [verzoeker] aan dat collega 1 hem in de kliniek moet helpen. Als collega 1 vermeld dat dit niet kan in verband met andere planning wordt [verzoeker] boos en roept schreeuwend op de gang dat (in zijn ogen) huidige afspraken niet nageleefd worden door collega 1.
4. Herhaaldelijk ziekteverzuim tijdens verplichte uitvoering van werkzaamheden (klinische supervisie en polikliniek)
5. Ongewenste verbale benadering van vrouwelijke collega’s en AIO.
-“ [verzoeker] vraagt met enige regelmaat aan vrouwelijke collega’s om een gesprek 1 op 1. Hierbij vraagt hij hen om mee te lopen naar “zijn kantoor””. Hierbij neemt hij de vrouwelijke collega mee naar het kopieerhok of de couveuse hok op de afdeling, ook als de collega aangeeft dit niet prettig te vinden.” (dixit vrouwelijke collega).
- Recent grensoverschrijdend gedrag waarbij bedekte toespelingen worden gemaakt en ongewenste vragen over het privéleven worden gesteld aan een vrouwelijke AIO.
Dit laatste terugval gedrag is als onaanvaardbaar gevonden en heeft geleid tot een blijvende negatieve invloed op de werkomgeving en in het welbevinden van de neonatologiestaf. De algemene aanhoudende slechte interactie en houding van [verzoeker] laten ons geen andere keuze dan over te gaan tot de aanvraag van de beëindiging van zijn activiteiten binnen onze groep.”