Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[naam 1] , verzoeker 1,
[naam 3], verzoekers 2,
Stichting ZOwonen, gevestigd te [woonplaats]
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het realiseren van een woonzorgcomplex met 136 kamers en het kappen van vier bomen aan de [woonplaats]. Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit en vorderden schorsing van de vergunning vanwege onder meer de bouwhoogte die in strijd is met het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter overwoog dat alleen grondwerkzaamheden en funderingswerkzaamheden zullen plaatsvinden tot aan de beslissing op bezwaar, zonder onomkeerbare gevolgen. De geplande bouwhoogte overschrijdt het bestemmingsplan, maar het bezwaar moet eerst inhoudelijk worden beoordeeld door verweerder. Er is geen sprake van een spoedeisend belang dat onmiddellijke schorsing rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en benadrukte dat de bezwaren bij de bezwaarprocedure aan bod komen. Ook de bomenkap zal niet plaatsvinden tijdens de bezwaarperiode. Er is geen aanleiding voor terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.