Verzoekster is door het CBR verplicht gesteld om mee te werken aan een onderzoek naar haar rijgeschiktheid en haar rijbewijs is geschorst tot de uitslag van dit onderzoek. Dit volgt op een melding van de politie dat zij op 9 februari 2023 onder invloed van drugs, met een THC-waarde van 4,4 microgram per liter bloed, heeft gereden. Verzoekster betwist de feitelijke grondslag en stelt dat de nieuwe Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011, die sinds 1 april 2023 geldt, niet evenredig is en buiten toepassing moet worden gelaten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er voldoende feitelijke grondslag is voor het vermoeden van ongeschiktheid, mede door de waarneming van bloeddoorlopen ogen door de politie en de verklaring van verzoekster over haar drugsgebruik. Het CBR mag uitgaan van het proces-verbaal op ambtsbelofte. De nieuwe Regeling is niet van toepassing op zaken van vóór 1 april 2023 en het overgangsrecht is dwingendrechtelijk. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de oude Regeling in dit geval onredelijk maken.
De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, waardoor verzoekster verplicht blijft deel te nemen aan het onderzoek en haar rijbewijs geschorst blijft tot een definitieve beslissing. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.