Eiser is eigenaar van een woning die sinds 1999 werd verhuurd aan zijn inmiddels overleden zoon. De gedaagde, die destijds een affectieve relatie had met de zoon en in de woning verbleef, weigert deze te verlaten. Eiser vordert ontruiming en betaling van een gebruiksvergoeding.
Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat de gedaagde de woning uiterlijk 1 juli 2023 zal verlaten. De rechtbank bevestigt deze regeling en veroordeelt de gedaagde tot ontruiming en tot betaling van een vergoeding van € 900,- per maand vanaf 1 juli 2023 totdat de woning is opgeleverd.
Daarnaast wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten, die inclusief griffierecht en advocaatkosten zijn begroot op € 1.140,86, te vermeerderen met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.