ECLI:NL:RBLIM:2023:4014
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete studiefinanciering vernietigd wegens onvoldoende bewijs feitelijke bewoning
Eiseres ontving studiefinanciering als uitwonende mbo-student, maar de minister herzag dit en vorderde terug vanwege vermeende niet-feitelijke bewoning op het brp-adres. Tevens werd een boete opgelegd. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen de herziening en terugvordering terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Ten aanzien van de boete stelt de rechtbank vast dat het onderzoek van de minister onvoldoende feitelijke grondslag biedt. Ondanks constateringen tijdens een huisbezoek, waaronder het ontbreken van een eigen slaapkamer en persoonlijke spullen, nuanceert de rechtbank deze bevindingen op basis van verklaringen van eiseres en haar zus en het ontbreken van bewijs van een ander hoofdverblijf.
De rechtbank concludeert dat er twijfel bestaat over de feitelijke bewoning en dat het voordeel van die twijfel aan eiseres moet worden gegund. Daarom wordt het beroep tegen de boete gegrond verklaard en het boetebesluit vernietigd. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt gegrond verklaard en het boetebesluit vernietigd; het beroep tegen de herziening is ongegrond.