ECLI:NL:RBLIM:2023:4037
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen wijziging gehandicaptenparkeerplaats in gemeente Heerlen
Eiser maakt bezwaar tegen het verkeersbesluit van 3 december 2020 waarbij het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft besloten een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken te verplaatsen naar de parkeerplaats tegenover zijn woning. Derde-partij, die een gehandicapte zoon heeft, heeft het verzoek gedaan vanwege praktische redenen met een nieuwe bus.
De rechtbank oordeelt dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft en een vaste gedragslijn hanteert voor het toekennen van gehandicaptenparkeerplaatsen, waarbij eiser zijn bezwaren niet kan onderbouwen. De rechtbank stelt vast dat de gehandicaptenparkeerkaart van de zoon van derde-partij geldig is en dat het college terecht geen onderscheid maakt tussen soorten kaarten.
Verder is de parkeerdrukmeting, uitgevoerd over meerdere momenten en representatief bevonden, voldoende om te spreken van parkeerdruk. De stelling van eiser dat drie parkeerplaatsen niet zijn meegeteld wordt niet onderbouwd. Tot slot weegt de rechtbank de belangen af en concludeert dat het college terecht de belangen van derde-partij zwaarder heeft laten wegen dan die van eiser. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het verkeersbesluit inzake de gehandicaptenparkeerplaats wordt ongegrond verklaard.