Uitspraak
Datum uitspraak: 21 juli 2021
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar besloot op 7 december 2018 om vergunninghoudersparkeren definitief niet in te voeren in de straten Bannewaard, Bregwaard en Broekerwaard. Dit besluit was gebaseerd op enquêtes waaruit bleek dat minder dan 60% van de bewoners voorstander was van het parkeerregime. De appellant betwistte dit besluit en stelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld, onvoldoende had gemotiveerd en dat de enquête onbetrouwbaar was door het onterecht uitgeven van extra codes.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. De Afdeling stelde vast dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de specifieke omstandigheden in de Bannewaard, waar de parkeeroverlast significant hoger was en een eigen enquête een grote meerderheid voor vergunninghoudersparkeren toonde. Tevens was niet onderzocht hoe de 10 extra uitgegeven codes waren ontstaan en was niet uitgesloten dat meer onterechte codes waren verstrekt, waardoor de betrouwbaarheid van de enquête onvoldoende was gewaarborgd.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en gaf het college de opdracht binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar moet het griffierecht aan appellant vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het college om vergunninghoudersparkeren niet in te voeren wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.