Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 augustus 2023 in de zaak tussen
Co-Med Zorg B.V., uit Maastricht, verzoekster
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
redelijkerwijsmoet leiden tot het verlenen van goede zorg. Dit betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat voor de beoordeling of een zorgaanbieder goede zorg verleent, gekeken dient te worden naar de feiten én omstandigheden van het concrete geval. Dat ten tijde van het primaire besluit verzoekster in een aantal van haar praktijken niet voldeed aan alle in het besluit genoemde richtlijnen, wordt door verzoekster erkend. Niet echter is eenduidig gebleken dat verzoekster in de in het besluit genoemde onderdelen haar zorgverlening op zodanige wijze heeft georganiseerd dat zij niet redelijkerwijs heeft voldaan aan de voorwaarden van het verlenen van goede zorg. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat de markt waarin verzoekster opereert zeer complex is. Deze complexiteit komt tot uitdrukking in de onder druk van veranderende maatschappelijke omstandigheden veranderende regelgeving, de afhankelijkheid van verzoekster van derden teneinde te komen tot het verlenen van deze goede zorg en het gebrek aan personeel in de eerstelijns gezondheidszorg. Een voorbeeld van de veranderende regelgeving blijkt uit het gegeven dat lopende het onderzoek en net voor het nemen van het voornemen tot het geven van een aanwijzing, LHV-richtlijn 4 is aangepast, waarbij ook vermeld wordt dat in september besluitvormend zal worden gesproken over een aangescherpte versie. Met deze verandering is nota bene de dagelijkse bereikbaarheidsduur van huisartsenpraktijken verminderd. Zoals verzoekster terecht stelt is eveneens niet gebleken dat de LHV-richtlijnen zodanig harde normen bevatten dat zij tot een harde resultaatsverplichting moeten leiden nu er eveneens wordt gesproken over een inspanningsverplichting. In dat licht moet volgens de voorzieningenrechter ook het begrip redelijkerwijs in artikel 3, van de Wkkgz, worden begrepen.
Conclusie
Beslissing
.