Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De processtukken
niethet derde land”;
3.De onderzoekwensen en reactie(s)
- (op 4 juli 2022) de onderzoekwensen van mr. Poppelaars (m.b.t. cryptocommunicatie);
- (op 4 en 5 juli 2022) de onderzoekwensen van mr. Van Stratum (zaaksinhoudelijk);
- (op 5 oktober 2022) de aanvullende onderzoekwensen van de verdediging;
- (op 5 december 2022) de reactie van de officier van justitie;
- (op 29 december 2022) de reactie in tweede termijn van de verdediging;
- (op 5 februari 2023): de reactie in tweede termijn van de officier van justitie.
4.Het juridisch kader
5.Het oordeel van de rechtbank
allegebruikers en de daarbij behorende metadata en die vervolgens te bewaren mogelijk in strijd is met het Unierecht, waarbij de verdediging tevens inzage wenst in de – voorafgaande aan de onderschepping van communicatie – gemaakte images van de serverdata.
- een (ongedateerd) verzoek aanvullende toestemming onderzoek Argus (metadata), verzonden op 25 februari 2021;
- de bijbehorende toestemming van de rechter-commissaris van dezelfde datum;
- een (eveneens ongedateerd) verzoek uitbreiding aanvullende toestemming onderzoek Argus, verzonden op 4 mei 2021;
- de bijbehorende toestemming van de rechter-commissaris van dezelfde datum.
allevorderingen en [provider] aangaande APN-data. De rechtbank acht onvoldoende onderbouwd welk belang deze individuele verdachte, in het onderzoek TOL 84, heeft bij de verstrekking van al die vorderingen en daaraan ten grondslag liggende stukken. De rechtbank wijst dit verzoek af.
vragen gesteld aan de officier van justitieover de samenwerking van Nederland met andere landen/instellingen, een gemeenschappelijk onderzoeksteam (JIT), de betrokkenheid van Nederland daarin, eventueel onderzoek van het OM naar de rechtstatelijkheid van het door de Verenigde Staten uitgevoerde onderzoek, eventuele kennisgeving ex art. 5.4.18 Sv, eventuele geheimhouding van stukken en de juridische grondslag voor het bewaren en gebruiken van de Anom-data.
horen van de zaaksofficieren in het onderzoek 26Eaglesnog bespreking behoeft, merkt de rechtbank op dat haar onvoldoende het belang is gebleken wat deze individuele verdachte daarbij heeft in het licht van de in het onderzoek TOL 84 te beantwoorden vragen. De rechtbank wijst daarmee ook het subsidiaire verzoek af.
verzocht om toevoeging van diverse stukkenaan het dossier, te weten het proces-verbaal van de DLIO, alle EOB’s en rechtshulpverzoeken in dit kader, een eventuele JIT-overeenkomst, eventuele beoordeling en toestemming om onderzoek te mogen doen aan de Anom-data, een eventuele aanvraag vanuit het onderzoek TOL 84 voor die data en de beslissing om die data vanuit het onderzoek 26Eagles te delen met het onderzoek TOL 84.
rechterlijke machtiging (en onderliggende stukken) die is afgegeven in het derde land, waarin de Anom-servers stonden, tot de interceptie. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor al is opgemerkt over de toepasselijkheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel wijst de rechtbank dit verzoek af.
prejudiciële vragenaan de Hoge Raad te stellen in verband met Anom. Zoals hiervoor overwogen acht de rechtbank zich op grond van het dossier, de informatie ontvangen vanwege het OM en het arrest van de Hoge Raad van 13 juni 2023 voldoende voorgelicht en ziet zij geen aanleiding om alsnog (aanvullende) prejudiciële vragen te stellen. De rechtbank wijst dit verzoek dus af.
6.De (tussen)beslissing
JIT-overeenkomst aangaande het onderzoek Encrochat, met dien verstande dat (persoons)gegevens in deze overeenkomst die in verband met opsporings- en/of veiligheidsbelangen in het kader van enig (ander) strafrechtelijk onderzoek dan wel enig staatsgeheim niet kunnen worden bekendgemaakt, onleesbaar dienen te worden gemaakt;
JIT-overeenkomst aangaande het onderzoek SkyECC, met dien verstande dat (persoons)gegevens in deze overeenkomst die in verband met opsporings- en/of veiligheidsbelangen in het kader van enig (ander) strafrechtelijk onderzoek dan wel enig staatsgeheim niet kunnen worden bekendgemaakt, onleesbaar dienen te worden gemaakt;
oproeping van de verdachtetegen de datum en het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat en verstaat dat de
raadsliedenafschrift van de oproeping van de verdachte zal ontvangen.
BIJLAGE I: De aanvankelijk onderzoekwensen
- Verzoek in 26lemont aan de rechter-commissaris, om onderzoek te doen aan alle data van het ‘ [accountnaam] ’-account, als ook het verzoek dat tot de bevoegdheid heeft geleid, al die data te delen met het onderzoek Tol81, vergezeld van alle daaraan ten grondslag liggende stukken;
- De beslissing van de rechter-commissaris op dit verzoek.
- Verzoek in 26Lemont aan de rechter-commissaris, om onderzoek te doen aan alle data die later is gevoegd aan Tol84, als ook het verzoek dat tot de bevoegdheid heeft geleid, al die data te delen met het onderzoek Tol84, vergezeld van alle daaraan ten grondslag liggende stukken;
- De beslissing van de rechter-commissaris op dit verzoek.
Deskundigenonderzoek waarbij de ontvangen Skydata wordt vergeleken met data die is verkregen uit gekraakte Skytoestellen.
Deskundigenonderzoek naar de wijze waarop de data wordt opgeslagen, de wijze waarop de integriteit daarbij is gewaarborgd en de toegankelijkheid van de data.
Verzocht wordt aldus om een proces-verbaal waaruit blijkt dat na ontvangst van de data in Nederland, de hashwaarden over de data zijn berekend en vergeleken met de hashwaarden van de data zoals deze in Frankrijk waren, waarbij de verdediging wenst te worden geïnformeerd over de frequentie en de omvang van de databestanden waarover de hashwaarden zijn berekend en of dit uiteindelijk heeft plaatsgevonden over alle data en of er hierin afwijkingen zijn geconstateerd en zo ja, welke afwijkingen dit zijn.
prejudiciële vragente stellen aan de Hoge Raad, in verband met ANOM, in aanvulling op de vragen die door de rechtbank Noord-Nederland zijn geformuleerd.
- Is hiervoor van belang dat de telecommunicatiedienst waarvan de telecomgegevens worden geïntercepteerd, heimelijk door buitenlandse autoriteiten is ontwikkeld met het doel de telecomgegevens, de metadata en de GPS-locaties in real time te onderscheppen?
- Hoe verhoudt deze modus operandi zich met de artikelen 8 en 6 EVRM, alsmede artikel 7, 8, 11,47 en 48, jo, 52, lid 1 van het Handvest?