Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
h.o.d.n. [handelsnaam 2] , in haar hoedanigheid van beschermingsbewindvoerder van [belanghebbende] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 528,00( 2 x tarief € 264,00)
Rechtbank Limburg
Het advocatenkantoor [eisende partij] werd door [belanghebbende] via het Juridisch Loket ingeschakeld voor bijstand in een bezwaarprocedure tegen het CBR. Na afwijzing van een toevoeging moest [belanghebbende] zelf de facturen betalen, maar zij bleef in gebreke. De facturen van € 2.543,37 en € 1.543,71 werden niet voldaan ondanks aanmaningen.
Na benoeming van [gedaagde partij] tot beschermingsbewindvoerder van [belanghebbende] ontstond een minnelijke schuldregeling via de Kredietbank Limburg, waarbij een voorstel tot finale kwijting van 14,99% werd gedaan, maar door het advocatenkantoor werd afgewezen. Het advocatenkantoor vorderde betaling van de volledige openstaande bedragen plus incassokosten en rente.
De kantonrechter oordeelde dat de beschermingsbewindvoerder aansprakelijk is voor de betaling van de facturen, aangezien de werkzaamheden waren verricht en de opdracht schriftelijk was bevestigd. De buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente werden eveneens toegewezen. De verklaring voor recht werd afgewezen wegens gebrek aan belang. De proceskosten werden aan de beschermingsbewindvoerder opgelegd.
Uitkomst: Beschermingsbewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, incassokosten en wettelijke rente.