De ex-werknemer was van 1 januari tot 1 augustus 2023 in dienst bij SEH als Software Developer. Vanaf mei 2023 betaalde SEH het loon en de reiskostenvergoeding niet volledig. De werknemer sommeerde tot betaling, maar SEH verweerde zich met een beroep op liquiditeitsproblemen en stelde dat bruto bedragen ten onrechte werden gevorderd.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer terecht uitging van het brutoloon, omdat de werkgever ook afdrachten moet verrichten. De reiskostenvergoeding wordt netto gevorderd. Het verweer van SEH dat zij niet kan betalen is niet relevant. De vordering tot betaling van het achterstallige loon, reiskostenvergoeding, wettelijke verhogingen (behalve over mei 2023), wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen.
SEH wordt veroordeeld tot betaling van een bruto bedrag van €11.932,00 minus het bruto-equivalent van reeds betaalde netto bedragen, de netto reiskostenvergoeding van €599,97, wettelijke verhogingen over juni en juli 2023 en vakantiebijslag, alsmede wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.