Eiser exploiteert een boerderijwinkel en ambulant verkooppunt voor asperges, waarvan de bereikbaarheid verslechterde door een bestemmingsplan. Eiser schakelde een advocaat en makelaar in om planschade te verhalen, maar de procedure verliep via verschillende instanties en adviezen, waarbij uiteindelijk het planschadeverzoek werd afgewezen.
Eiser gaf een volmacht aan een besloten vennootschap (BV1) om de planschadeprocedure te voeren, maar dagvaardde onterecht een andere rechtspersoon (gedaagde). De rechtbank oordeelt dat eiser de verkeerde partij heeft gedagvaard, waardoor zijn primaire vordering tot aansprakelijkheid wegens wanprestatie of onrechtmatige daad wordt afgewezen.
Desondanks constateert de rechtbank dat de juiste opdrachtnemer (BV1) een beroepsfout heeft gemaakt door eiser niet tijdig en adequaat te informeren over de uitspraak en de korte termijn voor hoger beroep, waardoor de zorgplicht is geschonden. Dit leidt echter niet tot toewijzing van de vordering tegen de verkeerde partij.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op €1.872,- vermeerderd met wettelijke rente, en deze veroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De rechtbank benadrukt dat de brief bij de uitspraak onvoldoende duidelijkheid bood over de appeltermijn en dat actieve communicatie had moeten plaatsvinden.