Eiser en gedaagde zijn broers. Eerder werd in 2021 een contactverbod opgelegd na bedreigingen van gedaagde aan eiser. Na een periode van rust begonnen de bedreigingen opnieuw in 2023, waaronder doodsbedreigingen via appberichten en lastigvallen van familieleden.
Eiser vordert een straat- en contactverbod voor twee jaar, met dwangsommen en machtiging tot handhaving met behulp van de sterke arm. Gedaagde verschijnt niet en voert geen verweer.
De voorzieningenrechter stelt dat toewijzing van dergelijke verboden alleen kan bij aannemelijke dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen. De stellingen van eiser worden als vaststaand aangenomen. Het gedrag van gedaagde is onrechtmatig en vormt een reële dreiging.
De rechter wijst het straat- en contactverbod toe met een dwangsom van €500 per overtreding, maximaal €10.000, en machtigt eiser om bij overtreding de sterke arm in te schakelen voor het straatverbod. De machtiging voor handhaving van het contactverbod met sterke arm wordt afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €912,85 plus wettelijke rente.