ECLI:NL:RBLIM:2023:6491
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
De voorzieningenrechter van Rechtbank Limburg behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening van een bewoner tegen het besluit van de burgemeester van Maastricht om zijn woning te sluiten voor drie maanden vanwege drugshandel. De burgemeester had een last onder bestuursdwang opgelegd nadat in de woning een grote hoeveelheid soft- en harddrugs was aangetroffen en er sprake was van handel vanuit de woning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en in redelijkheid mocht besluiten tot sluiting van de woning. Hoewel verzoeker stelde dat er geen overlast of verstoring van het woon- en leefklimaat meer was na de politie-inval, vond de rechter dat dit geen afbreuk deed aan de noodzaak van sluiting vanwege de ernst en omvang van de overtreding. Verzoeker voerde ook aan dat zijn Autisme Spectrum Stoornis en bijzondere binding met de woning een sluiting disproportioneel maakten, maar de voorzieningenrechter vond dat verzoeker geen bijzondere binding had omdat hij tijdelijke en permanente vervangende woonruimte kon krijgen.
De rechter nam mee dat verzoeker begeleiding ontvangt en dat het zorgtraject voortgezet kan worden in andere woonruimte. De financiële situatie van verzoeker moest nog worden meegewogen in de bezwaarprocedure, maar woog niet zwaar genoeg om de sluiting te voorkomen. Gezien het belang van het tegengaan van drugshandel en de omvang van de aangetroffen drugs, was de sluiting noodzakelijk en evenredig. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens drugshandel wordt afgewezen.