Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2,
- de brief van 10 mei 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
15 november 2022 van [eiser] aan [gedaagde] is overgelegd. Niet gesteld of gebleken is dat een aanmaning van [gedaagde] conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro aan [gedaagde] heeft plaatsgevonden. De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.