Partijen zijn in Egypte gehuwd en sloten een aanvullende overeenkomst waarin een uitgestelde bruidsgave werd vastgelegd. Na hun echtscheiding in Nederland vordert eiseres nakoming van deze overeenkomst. De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Egyptisch recht van toepassing is op de aanvullende overeenkomst vanwege de omstandigheden van het huwelijk en de inhoud van de overeenkomst.
De kantonrechter stelt vast dat de aanvullende overeenkomst een rechtsgeldige bruidsgave betreft en geen huwelijksvermogensrechtelijke aanspraak of onderhoudsverplichting. Verweren van gedaagde dat de overeenkomst geen juridische waarde heeft of dat eiseres haar rechten heeft verwerkt, worden verworpen. Ook wordt het beroep op de Egyptische Khul’-regeling afgewezen wegens strijd met de Nederlandse openbare orde.
De rechtbank wijst de vordering toe tot betaling van 400 gram goud en 150.000 Egyptische pond, maar wijst de gevorderde wettelijke rente en incassokosten af vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag en een correcte aanmaning. Proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.