Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 7 november 2023, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 15 april 2020 (pg. 4-5), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [naam slachtoffer] – zakelijk weergegeven – :
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 21 oktober 2021 (pg. 13-14), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [naam slachtoffer] – zakelijk weergegeven – :
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 10 februari 2022 (pg. 43-44), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [naam slachtoffer] – zakelijk weergegeven – :
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 2 juli 2022 (pg. 55), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [naam slachtoffer] – zakelijk weergegeven – :
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 september 2022 (pg. 77-78), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [naam slachtoffer] – zakelijk weergegeven – :
Het geschrift, een brief van verdachte gericht aan aangeefster, d.d. [plaats en datum] (pg. 80), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 november 2022 (pg. 83), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [naam] – zakelijk weergegeven – :
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 januari 2023 (pg. 113-114), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [naam slachtoffer] – zakelijk weergegeven – :
Het (aanvullend) proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaalnummer PL 2300-2023060607 -2 d.d. 22 april 2023 (pg. 1-38), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [naam] – zakelijk weergegeven – :
Het geschrift, een brief van verdachte gericht aan aangeefster, uit het (aanvullend) proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaalnummer PL 2300-2023060607-2 , d.d. [datum] (pg. 36-38), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – :
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf en/of de maatregel
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft aan Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering te [plaatsnaam 2] de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- bepaalt de duur van de vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer wordt gelegd voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan op twee weken, met een maximum van zes maanden, en met dien verstande dat de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de maatregel niet opheft;
- beveelt dat deze maatregel
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om aan de benadeelde partij te betalen € 1500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 9 maart 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat een bedrag van € 1500,-, ten behoeve van [naam slachtoffer] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 9 maart 2023 tot de dag der algehele voldoening; Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 25 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- verstaat dat de verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
gevangennemingvan de verdachte.