Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
Wat vindt eiser
3 november 2022, een tweetal beschikkingen toekenning WMO van 29 november 2022, een brief van zijn radioloog van 9 januari 2023, een brief van de Sint-Maartenskliniek van
3 juni 2022, een brief van het Elisabeth-Tweestedenziekenhuis van 23 september 2021 en algemene medische informatie over spondylose.
Wat vindt de rechtbank
7 juli 2022 aangegeven dat hij op basis van de dossiergegevens en het aanvullende beroepschrift reden ziet de opgestelde FML bij te stellen op de items 2.11 (beroepsmatig vervoer), 3.4 (beschermende middelen) en 5.1 (zitten). Voor de overige geclaimde functionele beperkingen ziet hij geen medische redenen om deze te volgen. Gezien de definitie van handelingstempo in het CBBS is er sprake van beperkingen in handelingstempo als er permanente en aanzienlijke vertraging van het algehele handelen aanwezig is en iemand daardoor niet in staat is om een normaal tempo van handelen te realiseren in het dagelijks leven. Dit beoordelingspunt is niet bedoeld voor een vertraging in een specifieke handeling. Verder motiveert de verzekeringsarts B&B dat bij eiser gezien de aard van de klachten momenteel geen redenen (energetisch, preventief of beschikbaarheid) zijn om hem in werktijden beperkt te achten. Dat eiser beperkt is ten aanzien van lopen op gladde vloeren ten gevolge van de hernia kan de verzekeringsarts B&B niet volgen. Hij acht de aangegeven beperking op lopen met daarbij de toelichting (met kruk) voldoende en accuraat. In zijn rapport van 9 augustus 2022 heeft de verzekeringsarts B&B gemotiveerd dat bij eiser geen sprake is van een medische afwijking die tot beperkingen in de functionaliteit van de handen en vingers leiden. Bij het lichamelijke onderzoek door de primaire verzekeringsarts op 20 augustus 2021 was er sprake van een normale beweeglijkheid van polsen en handen. Ook schrijft de orthopedisch chirurg [naam chirurg] in zijn brief van 23 september 2021 dat bij lichamelijk onderzoek geen sprake is van een duidelijke afwijking van de bovenste extremiteiten. Verder schrijft de verzekeringsarts B&B dat een polsbrace geen negatief effect heeft op hand/vingerbewegingen en hun functionaliteit, integendeel: de polsbrace stabiliseert het polsgewricht en zorgt ervoor dat de pols/hand geen verkeerde beweging kan maken. Medisch gezien is er geen reden dat eiser met één hand geen 5 kg kan tillen gezien het ontbreken van medische afwijkingen in de bovenste extremiteiten. De verzekeringsarts B&B kan de claim dat eiser beperkt is ten aanzien van werken in situaties waar een persoonlijk risico bestaat (zoals het werken met een mesje en een soldeerbout) niet volgen. Bij eiser is geen sprake van een ziektebeeld of het gebruik van medicatie die de alertheid negatief beïnvloedt. Uit de medische stukken blijkt ook dat eiser al in 2019 gestopt is met het gebruik van Fentanyl. Verder is volgens de verzekeringsarts B&B geen sprake van neurologische en/of psychische klachten die tot een verminderd bewustzijn leiden en/of een afwijking in zintuigelijke functies waardoor er een grotere kans op persoonlijk letsel tijdens het werk zou zijn. Er is bij eiser geen sprake van afwijkingen zoals diabetes of stollingsstoornis die de herstelkansen na een verwonding verkleinen. Het werken met een mesje en/of een soldeerbout vormt geen zwaar risico die om extra alertheid vraagt. De rechtbank kan deze redenering volgen.
Conclusie en gevolgen
1 september 2023 te verlagen, omdat hij per 27 augustus 2021 voor 39,87% arbeidsongeschikt is.