Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
“innerhalb der laufenden Kalenderwoche”).
- kosten van de dagvaarding € 129,86
- griffierecht € 244,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een kort geding tussen verhuurder en huurder over een huurovereenkomst voor bepaalde tijd van een woonruimte. De huurder heeft een huurachterstand van drie maanden opgebouwd en ondanks toezeggingen niet betaald. De verhuurder vordert ontruiming en betaling van de achterstallige huur, contractuele boete en proceskosten.
De huurder erkent de achterstand, stelt echter dat er sprake is van betalingsonmacht en dat de borgsom verrekend moet worden. De kantonrechter oordeelt dat de betalingsonmacht de verplichting tot betaling niet opheft en dat verrekening van de borgsom nu niet aan de orde is omdat de huurovereenkomst nog loopt.
De kantonrechter acht het aannemelijk dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen vanwege de huurachterstand, ook al betreft het een overeenkomst voor bepaalde tijd. Daarom wordt de ontruiming toegewezen met een termijn van veertien dagen. De gevorderde machtiging tot ontruiming met politie wordt afgewezen omdat de deurwaarder voldoende bevoegdheden heeft.
Verder wordt de betaling van de huurachterstand en de contractuele boete met wettelijke rente toegewezen, evenals de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand, contractuele boete en proceskosten.