ECLI:NL:RBLIM:2024:10155
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over wettelijke rente en verhoging op boedelschuld loon bij faillissement
De rechtbank Limburg behandelt een principieel geschil over de vraag of de faillissementsboedel wettelijke rente en/of wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro verschuldigd is over loon dat als boedelschuld wordt aangemerkt volgens artikel 40 lid 2 Faillissementswet Pro, mede tegen de achtergrond van de loongarantieregeling uit de Werkloosheidswet.
Partijen, FNV als eiser en de curator van een failliete vennootschap, hebben gezamenlijk verzocht om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. De rechtbank overweegt dat de wettelijke rente over de boedelschuld ook verschuldigd is voor het deel dat door UWV via de loongarantieregeling wordt overgenomen, maar dat de wettelijke verhoging vanwege het faillissement tot nihil gematigd moet worden.
Daarnaast is de vraag aan de orde of de curator uit eigen beweging werknemers moet informeren over hun aanspraken op wettelijke rente en verhoging. De rechtbank is voorlopig van oordeel dat deze informatieplicht niet uit het burgerlijk recht of insolventierecht volgt.
De rechtbank acht het zaaksoverstijgende karakter van deze vragen en de onduidelijkheid in de praktijk reden om prejudiciële vragen te stellen. De beslissing wordt aangehouden totdat de Hoge Raad heeft geoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad en houdt verdere beslissing aan.