ECLI:NL:RBLIM:2024:102
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om handhaving niet-ontvankelijk wegens ontbreken belanghebbende
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Gennep om handhavend op te treden tegen vermeende illegale activiteiten op twee locaties in Gennep. Verweerder wees deze verzoeken af omdat eiser niet als belanghebbende werd aangemerkt, mede vanwege de afstand van ruim 1 km tussen zijn woning en de locaties. Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank overwoog dat een verzoek om handhaving slechts als aanvraag geldt indien de verzoeker belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 Awb Pro. Dit betekent dat het belang van de verzoeker rechtstreeks door het besluit moet worden geraakt, waarbij factoren als afstand, zicht, planologische uitstraling en milieugevolgen worden meegewogen. De rechtbank stelde vast dat eiser, gelet op de jurisprudentie, niet als belanghebbende kan worden gezien.
Eiser voerde aan dat het belanghebbende-begrip ruimer moet worden uitgelegd, onder verwijzing naar het Varkens in nood-arrest en het Verdrag van Aarhus, en dat verweerder in strijd met de Awb heeft gehandeld door hem niet te horen. De rechtbank verwierp deze argumenten en oordeelde dat het belanghebbende-begrip niet verruimd hoeft te worden. Omdat er geen besluit is genomen, was het bezwaar niet-ontvankelijk en hoefde verweerder eiser niet te horen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij het verzoek om handhaving.