Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- griffierecht € 107,84
- dagvaarding € 322,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen een maatschap en een cliënt over de betaling van een declaratie voor juridisch advies. Gedaagde had advies gevraagd en een opdrachtbevestiging ontvangen, maar weigerde deze te ondertekenen en het volledige bedrag te betalen. De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een overeenkomst van opdracht, ondanks de stelling van gedaagde dat het om een vriendendienst ging.
De kantonrechter stelde vast dat het overeengekomen uurtarief van €275 redelijk was gezien de ervaring van eiseres en dat 2,5 uur werk passend was bij de verrichte werkzaamheden. Gedaagde had slechts een deel van de factuur voldaan en werd veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag van €658,10, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.
Daarnaast werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Er werd geen aparte beslissing genomen over nakosten, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €658,10 plus wettelijke rente en proceskosten.