ECLI:NL:RBLIM:2024:1260
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning buitenlandse kinderalimentatie en vaststelling Nederlandse alimentatie en zorgregeling
De rechtbank Limburg behandelde verzoeken van ouders met een minderjarig kind over kinderalimentatie en zorgregelingen. De ouders waren in Dubai getrouwd en gescheiden, waarbij een alimentatieovereenkomst door de Sharia rechtbank in Dubai was bekrachtigd. De moeder verzocht de Nederlandse rechtbank deze buitenlandse beslissing te erkennen en de vader te veroordelen tot nakoming.
De rechtbank oordeelde dat erkenning van de buitenlandse beslissing niet mogelijk was omdat deze niet voldeed aan eisen van behoorlijke rechtspleging en gemotiveerde besluitvorming. Ook wees de rechtbank het verzoek tot nakoming van de overeenkomst af wegens ingrijpende gewijzigde omstandigheden en strijd met redelijkheid en billijkheid.
Vervolgens stelde de rechtbank op grond van Nederlands recht de kinderalimentatie vast met een ingangsdatum van 1 december 2021, rekening houdend met koopkrachtcorrectie en draagkracht van beide ouders. Tevens werd een zorgregeling vastgesteld waarbij het kind regelmatig via videobellen contact heeft met de vader en vakanties bij hem verblijft. De rechtbank wees verzoeken tot onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming af en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De rechtbank wijst erkenning en nakoming van de buitenlandse alimentatieovereenkomst af en stelt Nederlandse kinderalimentatie en zorgregeling vast.