Uitspraak
h.o.d.n. [handelsnaam 1] , t.h.o.d.n. [handelsnaam 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 264,00( 2 x tarief € 132,00)
Rechtbank Limburg
In deze zaak staat een mondelinge overeenkomst centraal waarbij eiser rijlessen zou geven aan gedaagde tegen betaling. Gedaagde volgde circa dertien lessen, maar stopte tijdelijk om eerst het theorie-examen te behalen. Eiser vordert betaling van de lessen plus wettelijke rente en incassokosten, omdat gedaagde niet heeft betaald.
Gedaagde erkent de overeenkomst en betalingsverplichting, maar stelt aanvankelijk dat zij al contant betaald had op 20 juli 2022. Tijdens de mondelinge behandeling wijzigt zij dit en stelt dat betaling in augustus 2022 plaatsvond, zonder kwitantie te kunnen overleggen. De kantonrechter acht deze wijziging ongeloofwaardig en concludeert dat gedaagde niet toegelaten wordt tot het leveren van bewijs van betaling.
De kantonrechter wijst de hoofdsom en rente toe vanaf 3 oktober 2022. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van bewijs dat gedaagde hierover is geïnformeerd, in strijd met artikel 85 lid 1 Rv Pro. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €585,99. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €691 en wettelijke rente vanaf 3 oktober 2022, incassokosten worden afgewezen, en zij wordt veroordeeld in proceskosten.