Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[kind 1] , geboren te [plaatsnaam] op [geboortedatum] 2010,
[kind 2], geboren te [plaatsnaam] op [geboortedatum] 2013.
Rechtbank Limburg
Op 23 mei 2024 heeft de Rechtbank Limburg een beschikking gegeven waarin verzoekster, als wettelijke vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen, machtiging wordt verleend om de nalatenschap van hun overleden vader te verwerpen. Hoewel de wettelijke termijn van drie maanden voor het afleggen van een verklaring van verwerping was verstreken, oordeelde de rechtbank dat onverkorte toepassing van deze termijn in dit geval zou leiden tot een resultaat dat strijdig is met de bedoeling van de wetgever en de rechtsbescherming van minderjarigen.
De nalatenschap is voldoende onderbouwd als negatief en verzoekster heeft geen of nauwelijks zicht op de omvang en samenstelling daarvan. De ex-echtgenote van de overledene, die de nalatenschap eerder heeft verworpen, verstrekt geen informatie en stelt de vermogensbestanddelen niet ter beschikking. Hierdoor kan verzoekster haar taak als vereffenaar niet naar behoren vervullen en loopt zij het risico van aansprakelijkstelling door schuldeisers.
De rechtbank concludeert dat het in het belang van de minderjarige kinderen is om de machtiging te verlenen, zodat verzoekster namens hen de nalatenschap kan verwerpen en niet onnodig wordt belast met de negatieve gevolgen van beneficiaire aanvaarding. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de verwerping dient binnen een maand te worden ingeschreven in het boedelregister.
Uitkomst: Machtiging verleend om namens minderjarige kinderen de nalatenschap te verwerpen ondanks verstreken termijn.