Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
en toen ging tie zich aftrekken
hijs bij n ander meisje gaan zitten
die zit nu naast mij want hij deed t zelfde bij haar"
modus operandi. Beide aangiftes vertonen aldus op essentiële punten belangrijke overeenkomsten of kenmerkende gelijkenissen met de andere aangifte. De verklaringen van [slachtoffer 1] en [naam 3] , zullen dan ook kruislings als schakelbewijs gebruikt worden.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
€ 111,88 aan materiële schade (reiskosten naar school en stage) en € 390,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, terzake van feit 7.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.5 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1, 3 en 5 tot
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen;
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van twee jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
[slachtoffer 1], gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van
€ 403,94, bestaande uit € 53,94 materiële schade (de reiskosten naar het politiebureau ad € 12,72 en naar haar opleiding ad € 41,22) en € 350,- immateriële schade, het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
proceskostendoor de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op
nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
€ 403,94, bestaande uit € 53,94 materiële schade (de reiskosten naar het politiebureau ad € 12,72 en naar haar opleiding ad € 41,22) en € 350,- immateriële schade, het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
[slachtoffer 3],van een bedrag van
€ 150,-, bestaande uit immateriële schade, de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.;
proceskostendoor de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op
nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
[slachtoffer 2]niet ontvankelijk in haar vordering;
[slachtoffer 4]niet ontvankelijk in haar vordering;
[slachtoffer 5]niet ontvankelijk in haar vordering;