ECLI:NL:RBLIM:2024:3332
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen oplegging lichte educatieve maatregel gedrag en verkeer
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de oplegging van een lichte educatieve maatregel gedrag en verkeer (LEMG) door het CBR, naar aanleiding van een snelheidsovertreding waarbij hij met 56 km/u te hard zou hebben gereden op de A2. Hij verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van deze maatregel in afwachting van de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het CBR terecht uitging van de bevindingen van de politie, vastgelegd in een proces-verbaal op ambtseed, waarin de snelheidsovertreding nauwkeurig was vastgesteld met een boordsnelheidsmeter. Verzoekers tegenbewijs, gebaseerd op een eigen berekening van gemiddelde snelheid met Google timeline, was onvoldoende om twijfel te zaaien over de politieconstatering.
Ook de stelling dat de meting met de boordsnelheidsmeter niet rechtsgeldig zou zijn omdat deze te kort duurde, werd verworpen omdat de Regeling meetmiddelen politie 2022 niet van toepassing is op boordsnelheidsmeters. De voorzieningenrechter concludeerde dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft en weigerde de voorlopige voorziening.
Daarnaast werd het verzoek om een voorschot op schadevergoeding afgewezen omdat de oplegging van de LEMG rechtmatig was. Verzoeker blijft verplicht deel te nemen aan de geplande cursus. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de oplegging van een LEMG wordt afgewezen.