ECLI:NL:RVS:2019:1718
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer na snelheidsovertreding
Het CBR legde aan appellant een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op naar aanleiding van een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom op 12 mei 2017, waarbij de maximumsnelheid met 51 km/u werd overschreden. Appellant maakte bezwaar tegen deze maatregel en stelde dat de snelheidsovertreding niet juist was vastgesteld, onder meer vanwege een eigen berekening en een verklaring van een getuige.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het CBR terecht uitging van het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van bevindingen. De rechtbank vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het proces-verbaal, mede omdat het CBR en de politie de omstandigheden rondom de meting hadden toegelicht en appellant niet had aangetoond dat het proces-verbaal onjuist was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat de snelheidsovertreding niet juist was vastgesteld. De Raad van State verwierp deze bezwaren, omdat de rechtbank het onderzoek had heropend en appellant gelegenheid had gegeven te reageren op nieuwe stukken. Ook werd benadrukt dat de vrijspraak in een strafzaak niet automatisch betekent dat het bestuursrechtelijke besluit ongeldig is.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de oplegging van de EMG door het CBR en verklaart het hoger beroep ongegrond.