ECLI:NL:RBLIM:2024:4582
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing ingebrekestelling wegens ontbreken van aanvraag omgevingsvergunning
Eiseres, huurder en beheerder van een pand met tijdelijke arbeidsmigrantenhuisvesting, stelde verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op een vermeende aanvraag om een omgevingsvergunning. Verweerder wees de ingebrekestelling af omdat de brieven van 2014 en 2015 niet als een zelfstandige aanvraag konden worden beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat de brieven primair gericht waren op het opnemen van het gebruik in het bestemmingsplan en niet op het indienen van een duidelijke en zelfstandig verzoek om een omgevingsvergunning. De jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vereist dat een aanvraag duidelijk kenbaar en zelfstandig moet zijn om een vergunning van rechtswege te kunnen verlenen.
Omdat de brieven niet voldeden aan deze criteria en de aanvraag niet via de gebruikelijke weg was ingediend, was er geen sprake van een omgevingsvergunning van rechtswege. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning.