Uitspraak
1.De procedure
- de verzetdagvaarding van 28 maart 2024 met producties 1 tot en met 6
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarin eiseres in verzet werd veroordeeld tot betaling van een huurachterstand en incassokosten. De huurovereenkomst betrof een mondelinge all-in huurprijs van €550 per maand voor een woonruimte van juli 2019 tot augustus 2022.
Gedaagde stelde dat de huurprijs per januari 2022 was verhoogd naar €650, mede door een verhoging vanwege stijgende energiekosten, en dat eiseres daardoor een betalingsachterstand had. Eiseres betwistte deze verhogingen en stelde dat de huurprijs ongewijzigd bleef op €550 per maand. De kantonrechter oordeelde dat een all-in huurprijs niet rechtsgeldig kan worden verhoogd, waardoor de huurprijs ongewijzigd bleef.
De kantonrechter berekende de huurachterstand op €550 over 2022, aangezien eiseres in totaal €3.850 had betaald terwijl €4.400 verschuldigd was. De gevorderde incassokosten werden afgewezen vanwege een niet-conforme aanmaning. Het verstekvonnis werd vernietigd en het verzet deels gegrond verklaard, met compensatie van proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het verzet is deels gegrond, het verstekvonnis wordt vernietigd en eiseres wordt veroordeeld tot betaling van €550 plus wettelijke rente, met compensatie van proceskosten.