ECLI:NL:RBLIM:2024:5268

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
7 augustus 2024
Publicatiedatum
7 augustus 2024
Zaaknummer
ROE 24/239
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Verordening Parkeerregulering en Parkeerbelastingen 2022
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting Maastricht

De rechtbank Limburg behandelde het beroep van eiser tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Maastricht op 10 augustus 2023. De naheffingsaanslag werd bevestigd bij uitspraak op bezwaar van 7 december 2023. Eiser stelde dat door ontbrekende en afgeplakte bebording onduidelijk was dat parkeerbelasting verschuldigd was.

De rechtbank stelde vast dat de auto van eiser geparkeerd stond aan de Kolonel Millerstraat te Maastricht, waar op dat moment parkeerbelasting van €1,50 per uur verschuldigd was. De vermelding in het brondocument van een nabijgelegen straat werd toegeschreven aan een systeemfout. De rechtbank oordeelde dat de parkeerbelasting voldoende kenbaar was door aanwezige zoneborden en parkeerapparatuur, ook ondersteund door foto’s en Google Maps beeldmateriaal.

De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat de bebording ontbrak en vond dat eiser zich voorafgaand aan het parkeren had moeten informeren over de parkeerregels. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het griffierecht werd niet teruggegeven. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 24 / 239

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2024 in de zaak tussen

[eiser] , wonend te [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Maastricht, verweerder.

Procesverloop

Met dagtekening 10 augustus 2023 is aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Bij uitspraak op bezwaar van 7 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft in reactie op het verweerschrift een conclusie van repliek en een aanvulling hierop ingediend. Verweerder heeft vervolgens een conclusie van dupliek ingediend.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft geen van de partijen verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en de uitspraak bepaald op heden.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt op basis van de in het op ambtseed / belofte opgemaakte ‘Brondocument: Fiscale Naheffing’ (hierna: het Brondocument) opgenomen foto’s en coördinaten (50.85727, 5.711025) vast dat de auto met het ten name van eiser gestelde kenteken [kenteken] (hierna: de auto) op donderdag 10 augustus 2023 om 14:33 uur stond geparkeerd op een parkeerplaats aan de Kolonel Millerstraat te Maastricht. Gelet hierop acht de rechtbank, zoals verweerder in het bestreden besluit en verweerschrift stelt, aannemelijk dat de vermelding in het Brondocument dat de auto stond geparkeerd aan de zeer nabijgelegen President Rooseveltlaan te Maastricht als gevolg van een systeemtechnische fout van het device van de verbalisant een kennelijke fout betreft.
Foto’s Brondocument:
Foto (Google Maps):
Coördinaten (Google Maps):
2. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 26 van Pro de Verordening Parkeerregulering en Parkeerbelastingen 2022, het aanwijzingsbesluit ‘Aanwijzing betaald parkeren’ (hierna: het Aanwijzingsbesluit) en de bij de Verordening behorende Tarieventabel Parkeren (hierna: de Tarieventabel) op donderdag 10 augustus 2023 om 14:33 uur aan de Kolonel Millerstraat te Maastricht parkeerbelasting (€ 1,50 per uur gedurende maximaal twee uur) was verschuldigd.
3. Niet in geschil is dat eiser ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag geen parkeerbelasting had betaald.
4. Volgens vaste rechtspraak (ECLI:NL:GHDHA:2016:2210 en ECLI:NL:GHAMS:2024:1479) heeft de parkeerder een onderzoeksplicht voorafgaande aan het parkeren, zowel voor de vraag of voor de plaats waar hij wil parkeren een parkeerbelasting verschuldigd is, als voor de voorwaarden daarvan. Een parkeerder moet zich voordat hij over gaat tot parkeren, op de hoogte te stellen van de plaatselijke voorschriften over het parkeren. De verschuldigdheid van parkeerbelasting is voldoende kenbaar indien dit blijkt uit de aanwezigheid van parkeerapparatuur, borden met informatie over het geldende parkeerregime of andere aanwijzingen in de nabijheid van de parkeerplaats.
5. Omdat op basis van het Brondocument blijkt dat de auto van eiser stond geparkeerd aan de Kolonel Millerstraat gaat de rechtbank voorbij aan eisers standpunt dat door afgeplakte en ontbrekende bebording voor hem niet duidelijk was dat voor het parkeren aan de President Rooseveltlaan parkeerbelasting was verschuldigd.
6. Gelet op hetgeen eiser over de bebording heeft aangevoerd, begrijpt de rechtbank dat eiser op 10 augustus 2023 vanuit de President Rooseveltlaan de Kolonel Millerstraat is ingereden. De rechtbank stelt vast dat op de door verweerder overgelegde foto’s is te zien dat na het inrijden van de Kolonel Millerstraat vanuit de President Rooseveltlaan aan de rechterzijde van de Kolonel Millerstraat een zonebord staat, dat aangeeft dat een betaald parkerenzone wordt binnengereden. De rechtbank acht niet aannemelijk dat, zoals eiser lijkt te betogen, het betreffende bord er niet stond op het moment dat de auto er werd geparkeerd. Daarbij betrekt de rechtbank dat op omstreeks die tijd gemaakt beeldmateriaal van Google Maps een zonebord zichtbaar is en de locatie van dat bord op de door eiser overgelegde (recente) foto’s niet is te zien. De rechtbank verwijst in dit kader ook naar de foto op bijlage 2 van de conclusie van dupliek.
Op genoemd beeldmateriaal zijn bovendien circa tien meter van de parkeerplek onder elkaar geplaatste borden met de vermelding P zone, de dagen en tijdstippen waarop betaald moet worden geparkeerd en een verwijzing naar de dichtstbijzijnde parkeerautomaat te zien. Die borden zijn ook waarneembaar op de foto’s in het Brondocument. Het voorgaande strookt ook met het Aanwijzingsbesluit en de Tarieventabel waarin de Kolonel Millerstraat wordt vermeld.
7. De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de verschuldigdheid van parkeerbelasting ter plaatse voldoende kenbaar was. Het had voor eiser duidelijk moeten zijn dat ten tijde van het parkeren parkeerbelasting verschuldigd was. Dit betekent dat verweerder terecht aan eiser een naheffingsaanslag heeft opgelegd.
8. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.A. van Huijgevoort, rechter, in aanwezigheid van mr. D.D.R.H. Lechanteur, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2024
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: 7 augustus 2024

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (belastingkamer).
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).