Uitspraak
[veroordeelde] ,
Feiten
Procedure
Bezwaar
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
Beslissing
- verklaart het bezwaar gegrond;
- bepaalt het nog resterende aantal uren te verrichten taakstraf op
Rechtbank Limburg
De veroordeelde kreeg op 22 oktober 2021 een taakstraf van 150 uren opgelegd met een vervangende hechtenis van 75 dagen als sanctie bij niet-naleving. De officier van justitie besloot op 10 mei 2024 tot toepassing van vervangende hechtenis en bracht dit op 4 juni 2024 ter kennis van de veroordeelde. Echter, de omzettingsbeslissing werd pas op 25 juli 2024 ondertekend, waardoor deze pas vanaf die datum rechtskracht kreeg.
De executietermijn voor het voltooien van de taakstraf eindigde op 9 april 2024, met een aanvullende termijn van drie maanden tot 8 juli 2024 voor het nemen van een omzettingsbeslissing. Omdat de ondertekende beslissing pas op 25 juli 2024 werd genomen, is deze te laat en daarmee niet rechtsgeldig. De politierechter verklaarde het bezwaar van de veroordeelde gegrond en stelde het aantal resterende taakstrafuren op nihil.
De rechtbank nam hierbij ook het advies van Reclassering Nederland en eerdere jurisprudentie in acht, waarin werd bevestigd dat een niet-ondertekende beslissing geen rechtskracht heeft. Hierdoor kon de politierechter niet overgaan tot inhoudelijke behandeling van de zaak en wees het bezwaar toe.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de omzettingsbeslissing tot vervangende hechtenis is gegrond verklaard en het aantal te verrichten taakstrafuren is op nihil gesteld.