De veroordeelde kreeg bij vonnis van 26 juli 2023 een taakstraf van 60 uur opgelegd met een vervangende hechtenis van 30 dagen bij niet-nakoming. Het Openbaar Ministerie stelde dat de vervangende hechtenis moest worden toegepast en bracht dit op 3 juni 2024 aan de veroordeelde ter kennis. De veroordeelde maakte bezwaar tegen deze kennisgeving, stellende dat de omzettingsbeslissing niet rechtsgeldig was omdat deze niet was ondertekend en gedateerd door een officier van justitie.
De politierechter behandelde het bezwaar op 9 juli 2024, waarbij de advocaat van de veroordeelde en de officier van justitie werden gehoord. De veroordeelde was niet aanwezig. De rechtbank concludeerde dat een ondertekende en gedateerde beslissing van een officier van justitie vereist is om rechtsgeldigheid te waarborgen en controleerbaarheid te garanderen. Een vermelding in het geautomatiseerde systeem van het OM volstaat niet.
Omdat de omzettingsbeslissing niet was ondertekend noch gedateerd, was er geen rechtsgeldige beslissing tot toepassing van vervangende hechtenis. Hierdoor was de kennisgeving onterecht en bestond er geen belang meer bij het bezwaar. De politierechter verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk.