Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 19 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 814,00
Rechtbank Limburg
SWZ verhuurt sinds 5 maart 2020 een woning aan [gedaagde]. Sinds 2022 is een ernstige vervuiling van de woning geconstateerd, ondanks begeleiding en meerdere kansen om de situatie te verbeteren. De huurder heeft de vervuiling niet weggenomen en vertoonde bovendien tijdens een huisbezoek een bedreigende houding jegens werknemers van SWZ.
SWZ vordert in kort geding ontruiming van de woning en betaling van huur vanaf 1 juli 2024. De kantonrechter stelt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die terughoudendheid vereist, maar constateert dat de huurder tekortschiet in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. De ernstige vervuiling en het intimiderende gedrag vormen een voldoende grond voor ontruiming.
De kantonrechter wijst de ontruimingsvordering toe en geeft de huurder een termijn van vier weken om de woning te verlaten. De vordering tot betaling van huur vanaf 1 juli 2024 wordt afgewezen wegens onvoldoende belang. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de ernstig vervuilde woning binnen vier weken na betekening van het vonnis.